Op 23 maart jl. tekenden elf toonaangevende bedrijven in de installatiebranche het Brancheplan Verpakkingen. Hiermee willen de deelnemende fabrikanten, groothandelaren en installateurs de meest voorkomende verpakkingsmaterialen verminderen, verduurzamen en hoogwaardig hergebruiken. TBI participeert in dit plan met zijn drie technische ondernemingen: Comfort Partners, Giesbers en Croonwolter&dros. 

Zoals de naam al aangeeft is het Brancheplan Verpakkingen een initiatief van de bedrijven zelf, die tijdens een overleg binnen brancheorganisatie Techniek Nederland de vraag opwierpen hoe duurzamer kan worden omgegaan met verpakkingen. ‘Een dergelijke uitdaging kun je alleen oppakken als keten’, zegt Björn Smeets, Directeur Inkoop & Logistiek. ‘Een enkel bedrijf kan wel bepaalde duurzaamheidsmaatregelen vragen aan zijn leverancier, maar de noodzaak om het anders te gaan doen wordt groter als veel meer bedrijven hetzelfde vragen. Pas dan wordt een nieuwe oplossing ook rendabel. In dit convenant is het merendeel van de afnemers vertegenwoordigd.’ Dat het om veel verpakkingsmateriaal gaat, is duidelijk. In 2021 kochten de installatiebedrijven voor ongeveer 8 miljard euro aan materialen in. Deze spullen, van wandcontactdoos tot badkuip en van ledarmatuur tot luchtbehandelingskast, zijn allemaal op een bepaalde manier verpakt.

"We moeten voorkomen dat, wanneer wij als installateurs om minder verpakkingsmateriaal vragen, de groothandel met alle fabrieksverpakkingen blijft zitten."

Björn Smeets, Directeur Inkoop & Logistiek

Taak voor de hele keten

Smeets: ‘De spilfunctie in de verduurzaming ligt bij de groothandel omdat die de fijnmazige logistiek verzorgt naar onze projecten. Maar ook de deelname van fabrikanten aan het Brancheplan Verpakkingen is onmisbaar. We moeten voorkomen dat, wanneer wij als installateurs om minder verpakkingsmateriaal vragen, de groothandel met alle fabrieksverpakkingen blijft zitten. Dus ook de fabrikanten moeten kijken of het minder en anders kan. Zij gebruiken verpakking niet alleen ter bescherming van het product, maar bijvoorbeeld ook voor marketingdoeleinden. Op dat laatste doel kun je kritisch zijn. Ook kunnen we kijken hoe de verschillende verpakkingen in de keten elkaar beïnvloeden. De primaire fabrieksverpakking kan misschien lichter zijn als de secundaire verzamelverpakking of de tertiaire verzendverpakking voldoende stevig is. Kortom, de doelen die we stellen in dit convenant, vragen om een heel ander proces in de keten.’

Successen delen en opschalen

Het Brancheplan Verpakkingen zet in op drie verduurzamingsstrategieën: verminderen, verduurzamen en hoogwaardig hergebruiken. Voor elke strategie zijn doelen geformuleerd voor 2025 waar de ‘deelnemende partijen’ zich aan committeren. Een externe onafhankelijke partij monitort jaarlijks de voortgang op de doelstellingen en doet hier verslag van. Daarnaast zijn er ‘ondersteunende partijen’ en universiteiten die een bijdrage leveren door bijvoorbeeld het inbrengen van kennis en een kritische blik. Techniek Nederland en het Ministerie van I&W nemen een coördinerende en faciliterende rol op zich. Nog dit jaar gaan twee werkgroepen aan de slag. De Werkgroep Pilots houdt overzicht wie waarmee bezig is en zorgt dat de resultaten worden gedeeld en, bij succes, opgeschaald. De Werkgroep Algemene Inkoop Voorwaarden kijkt hoe de resultaten van succesvolle pilots kunnen worden vertaald naar contract- en inkoopvoorwaarden.

Breder kijken naar de logistieke stromen

Smeets: ‘Binnen TBI zien we dit convenant als een belangrijk onderdeel van een nog bredere innovatie van onze logistieke stromen. Voor nieuwbouw zetten we stevig in op industrialisatie en modulair bouwen, waarbij we op een andere plaats dan de bouwplaats onze installaties samenstellen en deze kant-en-klaar naar de bouwplaats brengen. Dat betekent dat we de onderdelen niet allemaal separaat verpakt willen ontvangen, liever honderd in één doos. Daarmee voorkomen we (verpakkings)afval en dat onze productie veel tijd kwijt is met uitpakken. Voor beheer en onderhoud willen we dat het onvermijdelijke verpakkings- of beschermingsmateriaal kan worden teruggevoerd. Daarvoor zal een fijnmazige retourstroom moeten worden opgezet, die daarna voor meer zaken kan dienen dan alleen verpakkingsmateriaal. Zo onderzoeken we alle mogelijkheden voor het opnieuw inzetten van onderdelen die door onze onderhoudsdivisie worden vervangen. We refurbishen de oude camera’s van het Rijkswaterstaatproject Maasvlakte-Vaanplein (MaVa-15) en zetten die elders opnieuw in, zoals in de Coentunnel). Als er een retourstroom voor verpakkingen bij onderhoudswerkzaamheden is, kun je dit voor veel meer artikelen doen. Je zou een defecte geluidsbox of vloerverwarmingspomp terug naar de fabrikant kunnen sturen. Kortom, het Brancheplan Verpakkingen is nog maar het begin van het onderzoeken van de vele mogelijkheden om efficiënter en duurzaam circulair te kunnen werken.’

Doelen voor 2025

Verminderen
1. 20% minder van plastic en karton gebruiken ten opzichte van 2021
2. Bedrukking en/of stickers op verpakkingen (inclusief palletfolie) verwijderen of vervangen door een duurzaam alternatief

Verduurzamen
1. Voor ten minste 20% van de productcategorieën is de plastic verpakking gemaakt van 100% gerecycled plastic óf 100% biobased plastic
2. Kunststofverpakkingen voor eenmalig gebruik bestaan uit 100% gerecycled materiaal
3. 100% van het papier en karton bevat een FSC/PEFC label of een FSC/PEFC Recycle label
4. Plastic en karton verpakkingen zijn 100% goed tot redelijk recyclebaar
5. 100% van de houten pallets voor eenmalig gebruik (wegwerppallets) wordt vervangen door herbruikbare pallets

Hoogwaardig hergebruik
1. Minstens 70% van de plastic verpakkingen wordt gerecycled of hergebruikt
2. Papier en karton wordt waar mogelijk hergebruikt en anders gerecycled
3. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van monostroom verpakkingen zodat recycling mogelijk is