Nieuwe besturing en automatisering voor 16 bruggen en sluizen in Flevoland

juni 2022

Standaardisatie maakt beheersbaar en schaalbaar

De provincie Flevoland beschikt over een 16-tal nautische objecten die moeten worden voorzien van een nieuwe automatisering. Onder deze objecten bevinden zich bruggen, sluizen en combinaties daarvan. Daarbij moet alles te bedienen zijn vanuit één bediencentrale, die zich bevindt in het provinciehuis in Lelystad. De grote uitdaging hierbij is dat de techniek die aanwezig is per object verschilt. Toch moet alles uniform bediend kunnen worden. Met andere woorden: er zal gestandaardiseerd moeten worden in de automatisering. Croonwolter&dros heeft de kennis en ervaring waarmee zij de provincie Flevoland hebben geholpen om tot een oplossing te komen. Samen met Hollandia Services in de VOF Triple-B hebben zij de aanbesteding gewonnen. GWW-Bouw sprak met Paul Schaap, projectmanager en Matthijs Janse, lead engineer, beiden werkzaam voor Croonwolter&dros.

"De bedienaar beschikt straks over een uniform bedieningsdashboard en merkt niets van de technische verschillen tussen de nautische objecten.”

Paul Schaap, projectmanager

Generiek ontwerp

“Vanuit de gezamenlijke  expertise van Croonwolter&dros  en Hollandia Services is een voorstel gemaakt, met een generiek ontwerp voor alle nautische objecten”, opent Schaap het gesprek. “Dit generieke ontwerp strekt tot in het object, in een later stadium wordt per object software gemaakt die specifiek en afwijkend is voor de betreffende sluis of brug. Software die enerzijds alle functionaliteit in zich heeft om het object te bedienen en te monitoren, maar die anderzijds naadloos aansluit op de ‘generieke digitale bouwblokken’ die we ontwikkeld hebben. Met andere woorden: de bedienaar beschikt straks over een uniform bedieningsdashboard en merkt niets van de technische verschillen tussen de nautische objecten.” Croonwolter&dros heeft door haar ervaring en innovatieve werkwijze zoveel expertise opgebouwd, dat zij de klant in alle processen mee kan nemen. “Dat schept rust. De klant ziet dat we werken aan het invullen van diens vraag en wij krijgen de vrijheid om met oplossingen te komen. Samen kijken we dan naar de beste oplossing. Je kunt alleen zo samenwerken als er sprake is van vertrouwen. Dat vertrouwen krijgen we van de provincie Flevoland”, aldus Schaap.

Een conglomeraat van kleine projecten

Wat de opdracht bijzonder maakt, is dat het project bestaat uit 17 deelprojecten (3 sluizen, 5 bruggen, 8 brug- sluiscombinaties en een bediencentrale). “Eigenlijk 19, want we hebben er inmiddels 2 bijgekregen”, zegt Schaap. “Wanneer je 17 objecten aan moet pakken, dan zit de bijzonderheid van het project hem vooral in het maken van een zeer strakke planning en goede afspraken. Om geen wildgroei te krijgen werkt iedereen in ons systeem. Daarin wordt feilloos weergegeven wie wat moet doen, wanneer en wanneer het klaar moet zijn. In dat systeem wordt ook gerapporteerd. Zo houden we de controle over het geheel.”

Robuust en toekomstbestendig

Janse vertelt over de werkwijze: “Het feit dat we standaardiseren en het systeem schaalbaar maken, zorgt ervoor dat alles robuust en toekomstbestendig wordt. Moet er later een nieuw object worden toegevoegd, dan kunnen we werken met de generieke software-bouwblokken die we hebben ontwikkeld. De bediening en besturing zal daardoor qua opzet altijd generiek zijn. Wel is het zo dat wij bij nieuw te bouwen objecten ons advies kunnen geven over de aansluiting naar de fysieke componenten in het veld om zo min mogelijk werk te hebben met de aansluiting in de digitale keten. Deze standaardisatie draagt bij aan makkelijker en voorspelbaarder (en daarmee goedkoper) onderhoud in de komende jaren.”

"Binnen de gestandaardiseerde software is Croonwolter&dros flexibel omdat in het ontwerp rekening is gehouden met de fysieke verschillen per nautisch object".

Matthijs Janse, lead engineer

Werken in lagen

“Je kan het uniforme systeem zien als blokkendoos”, vervolgt Janse. “die is opgedeeld in bouwlagen. De bovenste twee lagen staan voor ‘directie’ en ‘management’ en zijn overal gelijk. Hoe dieper je in het systeem gaat, des te specifieker zal de software zijn. Door maximaal in te zetten op standaardisering werken we toe naar een situatie waarbij alleen  de onderste lagen individueel afgestemd zijn op het betreffende object. In totaal is er sprake van vier lagen waarin beslissingen worden genomen. De onderste laag, de vijfde, bestuurt de hardware. Met deze vijfde laag kunnen we virtualiseren, dat wil zeggen dat we het object ‘droog’ kunnen simuleren en testen kunnen uitvoeren. Als we iets aanpassen in een laag, dan worden automatisch alle andere blokken getest, om te kijken of er geen verrassingen optreden.”

De software wordt zo opgezet dat binnen de standaardisatie genoeg flexibiliteit is om de verschillen ‘in het veld’ op te vangen, zonder grote impact. “Dat zorgt voor minder faalkansen en door hergebruik van softwareblokken wordt er efficiënt gewerkt. Binnen de gestandaardiseerde software is Croonwolter&dros flexibel omdat in het ontwerp rekening is gehouden met de fysieke verschillen per nautisch object. Bovendien worden er kosten bespaard omdat de fysieke componenten van de bestaande objecten hergebruikt kunnen worden”, schetst Janse. “De werkplekken die we maken voor de bediencentrale worden ‘plug and play’ gemaakt, kant en klaar met voeding en data-aansluiting. Door deze ‘plug and play’ methode kunnen we netjes gefaseerd opleveren.”

Tot besluit zegt Janse: “We hebben een IFAT-omgeving waarin de verschillende besturingen draaien en worden gesimuleerd. In deze omgeving worden de installaties integraal getest en krijgen de bedienaars hun opleiding.”