Deze innovatie kan leiden tot een enorme energiebesparing

Wie een tunnel in rijdt, heeft vaak te maken met een plotse overgang van licht naar donker. Om deze overgang niet te groot te laten zijn, wordt in tunnels gebruik gemaakt van ingangsverlichting. Deze verlichting zorgt voor extra licht zodat een zwart-licht-reactie bij het binnenrijden van de tunnel wordt voorkomen. Brandt de zon feller, dan zal de ingangsverlichting hierop anticiperen. 

“Standaard is dat er gebruik wordt gemaakt van een slimme installatie die het niveau van de ingangsverlichting regelt op basis van de hoeveelheid daglicht. Het gaat om meerdere armaturen, drivers en bekabeling met ongeveer 300W vermogen per driver.” 

Aan het woord is Onno Sminia, innovatiemanager bij Croonwolter&dros en verantwoordelijk voor de technische installaties van het project. 

“In de tunnel van de Rijnlandroute hebben we gekozen voor een nieuwe oplossing: een Solar Optic Fiber-systeem (SOFi-systeem) dat via glasvezel het zonlicht in de ingangszone van de tunnel brengt. Het principe werkt als volgt: boven de ingangen van de tunnel plaatsen we lichtcollectoren van ongeveer twee vierkante meter per lichtcollector. Deze systemen bestaan uit een geanodiseerd aluminium paneel met daarop per paneel tachtig lenzen van acrylaat. De lenzen vangen het zonlicht op en leiden het naar glasvezeldraden die op hun beurt in verbinding staan met daglichtarmaturen oftewel lichtpunten in de tunnelingang.” Eén glasvezelkabel, bestaande uit twintig vezels, stuurt één speciale daglichtarmatuur aan. “Glasvezelkabels kunnen theoretisch het licht over een lengte van 150 meter transporteren zonder dat daar aanvullende energie voor nodig is. In de tunnel hebben we de lengte van de kabels gelimiteerd tot honderd meter. Mocht je met langere kabels werken, dan is er nog steeds weinig lichtverlies, maar treedt er mogelijk een verschuiving op in het spectrum. Om dat te voorkomen blijven we ruim binnen de marges.”

Lees het volledige interview met Onno Sminia in Installatiejournaal (pdf).