Utiliteitsbouw vormt blinde vlek in energietransitie

1 min read

Miljoenen euro’s en tonnen CO₂-besparing blijven onbenut door ouderwets gebouwbeheer

Terwijl de klimaatdoelen dichterbij komen en nieuwe wetgeving gebouweigenaren verplicht tot inzicht en controle over hun energieprestaties, blijft de grootste besparingskans onbenut: integraal, datagedreven gebouwbeheer. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 40 procent van de totale CO₂-uitstoot in Nederland. Juist daarom is het opvallend dat het beheer ervan nog steeds geregeld wordt alsof het 1990 is. Dit stelt Pieter-Jan van Hooijdonk, directeur Maincontracting bij Croonwolter&dros.

De verborgen winst in gebouwen: stoppen met repareren, starten met vooruitdenken

Volgens Van Hooijdonk is het denken over gebouwen blijven hangen in het reactieve tijdperk: “Pas als er een monteur komt, een storing wordt opgelost of een onderdeel wordt vervangen, ervaren organisaties dat er iets gebeurt. Maar échte winst zit in wat je niet ziet: installaties die doordraaien, processen die niet stilvallen, energie die niet wordt verspild.”

Het ontbreekt aan een geïntegreerde aanpak waarin onderhoud, verduurzaming en wetgeving samenkomen. Zolang deze mentaliteit niet kantelt, blijft de gebouwde omgeving de energietransitie remmen. Nieuwe regelgeving, zoals de GACS-verplichting (een nieuwe wettelijke eis voor utiliteitsgebouwen om energieverbruik te monitoren) en bredere ESG-vereisten, eisen transparantie, meetbaarheid en controle. Toch zijn veel organisaties daar niet op voorbereid, en wachten tot het te laat is. Gevolg: organisaties laten kansen liggen om hun CO₂-uitstoot drastisch te verlagen en verspillen tegelijkertijd geld aan uitval, inefficiëntie en herstelwerk.

Van bijzaak naar strategie: zo maak je gebouwen toekomstbestendig

Er bestaan allang technologieën die storingen voorspellen, energieprestaties realtime volgen en gebouwbeheer centraal organiseren. Van Hooijdonk zag meerdere keren hoe beginnende storingen, dankzij goede monitoring, op tijd werden gesignaleerd. Daardoor konden productieprocessen ongehinderd doorgaan. Stilstand werd voorkomen, en dat zorgde voor grote besparingen. “En dat alleen omdat er op tijd werd ingegrepen, voordat iemand überhaupt doorhad dat er een probleem was.”

Volgens Van Hooijdonk moeten organisaties ophouden gebouwbeheer te zien als bijzaak en het beschouwen als een strategische verantwoordelijkheid. Alleen door alle aspecten, van techniek tot duurzaamheid en compliance, integraal en datagedreven te organiseren, wordt de gebouwde omgeving daadwerkelijk toekomstbestendig. Pieter van Hooijdonk is graag bereid om zijn visie toe te lichten.