De grootste uitdaging is het gelijktijdig realiseren van verduurzaming, elektrificatie en digitalisering, terwijl de druk op het energienet toeneemt en er een enorm tekort is aan technisch geschoold personeel. Dat vraagt om een integrale aanpak.
Sanne Dufrenne
Dufrenne spreekt bewust over technologie als katalysator. Slimme systemen zijn geen doel op zich, maar het middel om de transitie te versnellen. Croonwolter&dros richt zich daarin op wat het Smart Services noemt: datagedreven diensten waarmee gebouwen continu worden gemonitord, geanalyseerd en geoptimaliseerd. Dat reikt verder dan energiebesparing alleen. Klimaatadaptatie, circulariteit en geopolitieke afhankelijkheid spelen allemaal mee. "We kijken bewust verder dan alleen CO₂-reductie en energiebesparing."
Van data naar beslissingen
Veel gebouwen beschikken al over uitgebreide datasystemen, maar de kloof tussen data verzamelen en data interpreteren blijft groot. Dufrenne ziet daar een wezenlijk onderscheid. "De echte kracht van data in gebouwen ligt niet in het verzamelen ervan, maar in het slim combineren en interpreteren van verschillende datastromen. Pas dan kun je proactief sturen op operationeel, tactisch en strategisch niveau."
Een concreet voorbeeld is adaptieve klimatisering: een systeem dat alleen verwarmt, koelt of ventileert wanneer ruimtes daadwerkelijk bezet zijn. Door sensordata te combineren met bezettingspatronen en weervoorspellingen, kunnen systemen anticiperen op wat er in een gebouw gaat gebeuren. De voorspelbaarheid van weersinvloeden helpt om beslissingen te nemen over energieopslag. In projecten waar deze technologie is toegepast, werd twintig tot dertig procent energiebesparing gerealiseerd.
Integratie als voorwaarde voor succes
Het samenvoegen van afzonderlijke systemen, van verlichting en klimaat tot beveiliging en energiebeheer, vergroot de mogelijkheden exponentieel. Als sensoren voor aanwezigheid, weerdata en energieverbruik samenwerken, kunnen gebouwen zelfstandig beslissingen nemen die zowel comfort als efficiëntie optimaliseren. Schoonmakers worden alleen naar gebruikte ruimtes gestuurd. Klimaatinstallaties koelen alvast voor als de zon hoog staat. "Met al die verschillende data kun je pas een goed databesluit nemen. Je krijgt veel meer inzicht juist door de combinatie van diverse data", aldus Dufrenne.
Tegelijkertijd benadrukt zij dat technologie begrijpelijk moet blijven voor de eindgebruiker. "De beste technologie is onzichtbaar. Gebruikers merken alleen dat het werkt. Dat betekent geen complexe interfaces, maar intuïtieve, adaptieve systemen." Croonwolter&dros borgt daarbij ook de cybersecurity van alle verbonden systemen. "In een wereld waar gebouwen steeds slimmer en verbondener worden, is cybersecurity geen optie maar een noodzaak."
Beslissingen worden nu vaak genomen op basis van initiële kosten, terwijl de langetermijnopbrengsten van slimme technologieën onderschat worden.
Sanne Dufrenne
De investering die zichzelf terugbetaalt
Een hardnekkig obstakel blijft de manier waarop investeringsbeslissingen worden genomen. Initiële kosten worden afgezet tegen directe rendementen, terwijl de werkelijke meerwaarde van slimme gebouwtechnologie zich over de gehele levenscyclus manifesteert. Dufrenne pleit voor een andere benadering. "We moeten fundamenteel anders kijken naar investeringen in vastgoed. Beslissingen worden nu vaak genomen op basis van initiële kosten, terwijl de langetermijnopbrengsten van slimme technologieën onderschat worden. Dat is niet alleen een gemiste kans, maar ook een risico voor de toekomstbestendigheid van gebouwen."
Dat die benadering werkt, blijkt in de praktijk. Bij een klant identificeerde Croonwolter&dros twaalf concrete maatregelen op basis van een verduurzamingsonderzoek en een duurzaam meerjarenonderhoudsplan. De combinatie van lagere energiekosten en beschikbare verduurzamingssubsidies maakte de investering rendabel: een besparing van 12.000 kubieke meter gas en 9.000 kWh per jaar, met een daling van de WEii-score van 102 naar 38 in 2030. Meetbare resultaten die opdrachtgevers over de streep trekken.
Met het oog op ESG-rapportages worden deze argumenten steeds zwaarder. Gebouwen die energiezuinig zijn, presteren op comfort en meebewegen met wet- en regelgeving, vertegenwoordigen een hogere waarde over de gehele levenscyclus. Digital twins, predictive maintenance en AI-gestuurde sturing worden de komende jaren mainstream.
De markt verandert mee. Dufrenne ziet een verschuiving richting wat zij best total value noemt: niet de laagste prijs, maar de combinatie van innovatie, duurzaamheid en toegevoegde waarde over de hele keten. "Dit werkt alleen als de gehele keten op deze manier naar het werk kijkt. Dan maken we dezelfde afwegingen om waarde toe te voegen."
Voor Dufrenne is het geen abstracte ambitie. "De keuzes die we vandaag maken, bepalen de wereld van morgen. Door inzet van slimme technologie en innovatie dragen we bij aan het succes van onze klanten en aan een betere leefomgeving."