Paris Proof: zo maak je jouw gebouw toekomstbestendig

4 min leestijd

De gebouwde omgeving staat voor een grote opgave. In 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn, en gebouwen spelen daarin een hoofdrol. Paris Proof is het ijkpunt geworden voor die ambitie: een gebouw waarvan het werkelijke energieverbruik past binnen de doelen van het klimaatakkoord van Parijs. Maar hoe maak je een bestaand gebouw echt toekomstbestendig, en welke obstakels kom je onderweg tegen?

In dit artikel leggen we uit wat Paris Proof concreet betekent, waarom netcongestie de grootste rem op verduurzaming is geworden en hoe je met de juiste combinatie van techniek, data en planning stap voor stap naar een toekomstbestendig gebouw toewerkt.

Wat betekent Paris Proof?

Paris Proof is een begrip dat is geïntroduceerd door de Dutch Green Building Council (DGBC). Een gebouw is Paris Proof wanneer het werkelijke energieverbruik laag genoeg is om in lijn te zijn met de klimaatafspraken van Parijs. Voor kantoren wordt daarbij een richtwaarde van 70 kWh per m2 (GO gebruiksoppervlak)per jaar aangehouden. Belangrijk detail: Paris Proof kijkt naar het werkelijke verbruik, niet naar een theoretisch energielabel. Daarom wordt vaak de WEii-methodiek (Werkelijke Energie intensiteit indicator) gebruikt om te bepalen hoe een gebouw er echt voor staat. Pas als je het daadwerkelijke energieverbruik kent, kun je gericht sturen.

 

 

Paris Proof of future proof?

Paris Proof richt zich op het realiseren van een zeer laag werkelijk energieverbruik, passend binnen de klimaatdoelen van Parijs. Future Proof gaat een stap verder. Daarbij draait het niet alleen om energieverbruik, maar ook om aspecten als flexibiliteit, digitalisering, wet- en regelgeving, netcongestie en de mogelijkheid om toekomstige verduurzamingsmaatregelen te implementeren. Wie nu verduurzaamt, maakt het gebouw meteen toekomstbestendiger.

Eén van de grootste uitdagingen van dit moment: netcongestie

Verduurzamen betekent vaak elektrificeren. Van het gas af, warmtepompen erin, zonnepanelen op het dak en laadpleinen voor het wagenpark. Dat vraagt fors meer capaciteit op het elektriciteitsnet, en juist daar knelt het. Op steeds meer plekken in Nederland zit het net vol. Deze netcongestie zorgt ervoor dat bedrijven soms jaren moeten wachten op een zwaardere aansluiting.

Netcongestie is daarmee niet langer een probleem van de netbeheerder alleen, maar een directe rem op de verduurzamingsambities van gebouweigenaren. Het goede nieuws is dat je met slimme technieken een groot deel van de oplossing binnen je eigen gebouw kunt organiseren.

Oplossingen voor netcongestie in je eigen gebouw

  • Energiemanagement (EMS): actief sturen op wanneer je energie afneemt, opwekt en opslaat, zodat je binnen je bestaande aansluiting blijft. Voor veel organisaties is een EMS ook een wettelijke verplichting vanuit de Energiebesparingsplicht (EML).
  • Peak shaving: verbruikspieken afvlakken door slim te schakelen tussen bronnen en opslag.
  • Energieopslag: batterijen die overdag opgewekte zonne-energie bewaren voor gebruik op piekmomenten.
  • Smart grid-oplossingen: vraag en aanbod lokaal balanceren, waarbij installaties, opwek en opslag als een slim systeem samenwerken.
  • Laadpleinbeheer: voertuigen laden op momenten dat er ruimte op het net of eigen opwek is.

Door deze technieken te combineren, haal je meer uit je bestaande aansluiting en ben je minder afhankelijk van een netverzwaring die voorlopig vaak niet haalbaar is. Lees meer over onze aanpak binnen nieuwe energie en energietransport en distributie.

Door deze technieken slim te combineren, haal je meer uit je bestaande aansluiting en ben je minder afhankelijk van een netverzwaring die voorlopig vaak niet haalbaar is. Met EMMA , ons energiemanagementsysteem, krijg je inzicht in hoe je optimaal gebruikmaakt van de beschikbare netcapaciteit. Reken verschillende energiemaatregelen en scenario’s vooraf door en bekijk welke combinatie van bijvoorbeeld opwek, opslag, laadinfra en slimme sturing het beste past bij jouw gebouw en verduurzamingsdoelen.

CO2-reductie en energiebesparing in de praktijk

Toekomstbestendig worden begint met inzicht. Door energieverbruik te meten en te analyseren wordt duidelijk waar de grootste besparingskansen liggen. Daarom is een goed ingericht energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) de basis. Het maakt per gebouw, per installatie en zelfs per ruimte zichtbaar waar energie, en dus CO2, verloren gaat.

Van meten naar besparen

  • EED-energieaudit : verplicht voor grotere organisaties en meteen een concrete bron van besparingsmaatregelen.
  • Gebouwautomatisering (GACS): Een Gebouwautomatiserings- en Controlesysteem (GACS) maakt het mogelijk om installaties zoals verwarming, koeling en ventilatie continu te monitoren, analyseren en optimaliseren. Daarmee vormt het een belangrijke bouwsteen voor zowel Paris Proof als Future Proof vastgoed.
  • Predictive maintenance: met sensoren en data storingen voor zijn en installaties op hun optimale rendement houden.
  • Gebouwbeheer op afstandbijsturen zonder dat er iemand ter plaatse hoeft te zijn.

Deze maatregelen leveren dubbel op: lagere energiekosten, een aantoonbare CO2-reductie en voldoen aan de wet- en regelgeving. Denk aan de Energiebesparingsplicht, EED-verplichtingen, de GACS-verplichting en toekomstige eisen vanuit de EPBD. 

Van momentopname naar meerjarenplan

Verduurzaming is geen eenmalig project maar een traject. Door verduurzamingsmaatregelen te koppelen aan de (Duurzame) Meerjaren Onderhouds Begroting (MJOB) voorkom je losse, onvoorziene- en vaak dure ingrepen. Vervang je toch een installatie aan het einde van zijn levensduur, dan kies je meteen de duurzame variant. Zo groeit het gebouw stap voor stap naar Paris Proof toe, en blijft het binnen budget.

Hoe Croonwolter&dros helpt

Croonwolter&dros combineert kennis van werktuigbouw, elektrotechniek en digitale gebouwsturing onder een dak. Van het in kaart brengen van het werkelijke energieverbruik en het uitvoeren van EED-audits, tot het realiseren van energiemanagement, smart grid-oplossingen en gebouwbeheer op afstand. Zo vertalen we de ambitie Paris Proof naar een concreet en haalbaar plan, mee-ontworpen op jouw gebouw en jouw netaansluiting.

Klaar om jouw gebouw toekomstbestendig te maken?

Wil je weten waar jouw gebouw nu staat en welke stap het meeste oplevert? Onze energieadviseurs denken graag met je mee, van nulmeting en advies tot realisatie en meerjarig beheer. Neem contact op voor een verkennend gesprek.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen Paris Proof en een energielabel?

Een energielabel geeft een theoretische inschatting van de energieprestatie van een gebouw op basis van standaard uitgangspunten. Paris Proof wordt beoordeeld op basis van het werkelijke energiegebruik. Hiervoor wordt vaak de WEii-methodiek gebruikt. Daardoor kan een gebouw met energielabel A in de praktijk nog steeds niet Paris Proof zijn.

Is Paris Proof verplicht?

Paris Proof zelf is nog geen wettelijke verplichting, maar het sluit aan op aanscherpende wetgeving en op de klimaatdoelen voor 2050. Voor kantoren geldt daarnaast al de energielabel C-verplichting, en die eisen worden richting 2050 verder aangescherpt.

Wat kan ik doen als mijn netaansluiting te klein is, en ik deze door netcongestie niet kan verzwaren?

Vaak meer dan je denkt. Met energiemanagement, peak shaving, energieopslag en smart grid-oplossingen benut je je bestaande aansluiting optimaal, waardoor een netverzwaring soms helemaal niet nodig is.